Long Covid:
Wat lang aanhoudt herstelt niet altijd meer.

Long Covid staat voor lang aanhoudende symptomen na een SARS-CoV-2 infectie. Het is een nieuwe caleidoscoop van symptomen, waarvan de oorzaken nog niet helemaal duidelijk zijn

Dit artikel beschrijft een eerste verkenning van mogelijke en waarschijnlijke processen die voor de langdurige gevolgen verantwoordelijk zijn.

Van alle mensen die de infectie hebben doorgemaakt, houdt 10% langaanhoudende klachten. In het algemeen presenteert Long COVID zich als een tekortschietend herstelproces met als gevolg een belemmerde terugkeer naar de oorspronkelijke gezondheidstoestand.

Post-acute COVID: aanhoudende symptomen tot 3-12 weken na de infectie;


Chronische COVID: aanhoudende symptomen langer dan 12 weken na de infectie.

Deze termijnen zijn nog niet definitief vastgesteld.

Symptomen:
De symptomatiek is vrij breed en kunnen verschillende orgaansystemen treffen. Naast ontstekingsreacties, moeheid, ademnood, neurologische afwijkingen, cognitieve dysfunctie zoals depressiviteit, staan ook hoesten en vermoeidheid boven aan de verschijnselen die mensen die getroffen zijn door long COVID melden. Opvallend is dat deze klachten ook bij een milde COVID infectie kunnen optreden. Interessant is dat deze en gelijkwaardige symptomen ook vaak voorkomen bij patiënten met andere chronische infecties zoals Borreliose e.a.

De bandbreedte van de late symptomen van een SARS-CoV-2 infectie duidt op een oorspronkelijke functiestoornis als oorzaak. Hoewel dit nog een hypothese is, waarover wetenschappelijke discussie plaatsvindt, loont het zich om bij de behandeling van long-COVID patiënten deze aspecten te betrekken.

Neurologische stoornissen:
Autonome functiestoornissen kunnen het sympatische, het parasympatische en enterische zenuwstelsel zowel afzonderlijk als ook gecombineerd treffen. Naast metabolische en degeneratieve aandoeningen, zijn ook autoimmuun en infectieuze aandoeningen als aanleiding van deze dysfunctie beschreven. Meerdere cardiopulmonale en neurologische verschijnselen zoals moeheid, dyspnoe, hartkloppingen, pijn op de borst klachten, maag-darmklachten, of orthostatische ontregelingen, zijn bekende symptomen van een autonome dysfunctie en kunnen in verband staan met een virus- of immuungerelateerde reactie. Daarnaast zijn er sterke aanwijzingen dat, als laat gevolg van een SARS-CoV-2 infectie, zich een orthostatische tachycardie ontwikkelt. Het gaat daarbij om een bijzondere vorm van ritmestoornissen met symptomen als hartkloppingen, duizeligheid, hoofdpijn, moeheid en visusstoornissen.

Ook functieverlies in de hart-hersen-as lijkt hierbij een rol te spelen. De informatieuitwisseling tussen hart en hersenen kan verstoord raken doordat Zytokinen en Neurotrophinen veranderde signaalmoleculen uitstorten. Dit kan uiteindelijk leiden tot Multi-orgaanschade (MOF), die na een SARS-CoV-2 infectie gesignaleerd wordt.

Autoimmuun stoornissen
Autoimmuunziekten zijn ontstekingsprocessen door anti-lichamen die lichaamseigen structuren aanvallen. Deze overreactie van het immuunsysteem leidt tot verschillende weefsel- en orgaanschade. Dit wordt ook bij een acute COVID-19 infectie gezien, waarbij dan ongecontroleerde ontstekingsreacties optreden.

Het is bekend dat virussen door moleculaire mimicryprocessen (nabootsingen) een autoimmuunziekte kunnen triggeren. Daarbij apen virussen lichaamseigen eiwitstructuren na, wat ertoe leidt dat het immuunsysteem zich tegen de gastheer keert en deze aanvalt. Dat virussen tot autoimmuunreacties kunnen leiden bewijst ook het Epstein-Barr virus. Er komen steeds meer aanwijzingen dat SARS-CoV-2 virussen ook autoimmuunreacties kunnen veroorzaken, zoals de hemolytische anemie op basis van koude-agglutininen of het Guillain-Barré Syndroom. Het is ook mogelijk dat autoimmuunziekten bijdragen aan het ontstaan van Long COVID.

Het Mestcellenactiveringssyndroom

Mestcellen of mastocyten zijn witte bloedcellen die in organen zitten. Ze spelen een belangrijke rol in het immuunsysteem. De verschijnselen van het mestcellenactiveringssyndroom worden ook bij Long COVID waargenomen.Histamine lijkt hierbij ook een rol te spelen omdat het gebruik van antihistaminica bemoedigende resultaten geeft. Langdurige overactiviteit van de mestcellen zijn ook een mogelijke verklaring van multisysteemsymptomen bij Long COVID. Door het vrijkomen van Cytokinen en andere stoffen zoals Histamine worden ontstekingsreacties op gang gebracht. De activering van mestcellen wordt bij verschillende virussen waargenomen, zoals Dengue, Respiratoir Syncytieel virus (RS), Herpes Simplex virus, Zikavirus, influenzavirus en ook bij SARS-CoV-2.
Bij een infectie activeren SARS-CoV-2 virussen de mestcellen als deel van het immuunsysteem. In normale gevallen neemt deze activiteit na de besmetting weer af.
Bij Long-COVID lijkt dit niet het geval te zijn. Hier houdt de activiteit van de mestcellen aan, wat leidt tot een rij aan chronische symptomen. Meestal zijn deze symptomen van cardiologische, neurologische, dermatologische, gastro-intestinale en respiratoire aard. Patiënten met een bestaande mestcellenactiverissyndroom lopen hierbij geen hoger risico.

Aanzet voor een behandeling
Omdat het bij Long COVID om een nieuw ziektebeeld gaat, zijn er nog geen vastgestelde behandelingen opgesteld. Op basis van de hierboven beschreven processen valt er wel wat over mogelijke behandelingen te zeggen.

Uitgaande van de mogelijkheid van de mestcellenactivering wordt het inzetten van een antihistaminicum aanbevolen. Ook een histamine-arm dieet en suppletie van Diaminoxidase kan hierbij nuttig zijn.


Bij orthostatische complicaties zijn maatregelen op het gebied van vochthuishouding en electrolytensuppletie voor het instandhouden van plasmavolumes zinvol. Naast het vermijden van grote maaltijden vanwege vasodilatatie.


Ook de darmflora speelt een belangrijke rol. Een probioticum met een multistampreparaat vermindert het risico op respiratorische complicaties bij COVID-19 patiënten die met antibiotica zijn behandeld. Het microbioom is betrokken bij diverse verbindingen met het autonoom zenuwstelsel. Op deze wijze is het microbioom betrokken bij de regeling van ontstekingsreacties.


Bekend is dat de samenstelling van de microbioom van invloed is op de omvang van inflammatorische cytokinen in het plasma alsook in de biochemische markers van weefselschade.


COVID-19 patiënten bezitten minder immuunregulerende bacteriën zoals Faecalibacterium prausnitzii, Eubacterium rectale en verschillende Bifidobacteriën. Ook na het herstel van de SARS-CoV-2 infectie blijft deze disbalans bestaan. Daarom moet het herstellen van de microbioom onderdeel uitmaken van de behandeling.

Klik hier om een afspraak te maken voor een gratis en vrijblijvend consult.

Literatuur: (1) Pavli, A. et al. 2021. Post-COVID syndrome: Incidence, clinical spectrum, and challenges for primary healthcare professionals. Arch Med Res. S0188-4409(21)00081-3. (2) Lerner, A. M. et al. 2021. Toward Understanding COVID-19 Recovery: National Institutes of Health Workshop on Postacute COVID-19. Ann Intern Med. M21-1043. (3) Dani, M. et al. 2021. Autonomic dysfunction in ‘long COVID’: rationale, physiology and management strategies. Clin Med (Lond). 21(1): e63–7. (4) Lenzen-Schulte, M. 2020. Long COVID: Der lange Schatten von COVID-19. Dtsch Arztebl. 117(49):A-2416/B-2036. (5) Johansson, M. et al. 2021. Long-Haul Post–COVID-19 Symptoms Presenting as a Variant of Postural Orthostatic Tachycardia Syndrome: The Swedish Experience. JACC Case Rep. 3(4):573–80. (6) Lionetti, V. et al. 2021. Understanding the heart-brain axis response in COVID-19 patients: A suggestive perspective for therapeutic development. Pharmacol Res. 168:105581. (7) Liu, Y. et al. 2021. COVID-19 and autoimmune diseases. Curr Opin Rheumatol. 33(2):155–62. (8) Zuo, Y. et al. 2020. Prothrombotic autoantibodies in serum from patients hospitalized with COVID-19. Sci Transl Med. 12(570):eabd3876. (9) Cusick, M. F. et al. 2012. Molecular mimicry as a mechanism of autoimmune disease. Clin Rev Allergy Immunol. 42(1):102–11. (10) Lindsey, J. W. 2017. Antibodies to the Epstein-Barr virus proteins BFRF3 and BRRF2 cross-react with human proteins. J Neuroimmunol. 310:131–4. (11) Malone, R. W. et al. 2021. COVID-19: Famotidine, Histamine, Mast Cells, and Mechanisms. Front Pharmacol. 12:633680. (12) Gebremeskel, S. et al. 2021. Mast Cell and Eosinophil Activation Are Associated With COVID-19 and TLR-Mediated Viral Inflammation: Implications for an Anti-Siglec-8 Antibody. Front Immunol. 12:650331. (13) Afrin, L. B. et al. 2020. Covid-19 hyperinflammation and post-Covid-19 illness may be rooted in mast cell activation syndrome. Int J Infect Dis. 100:327–32. (14) Giannetti, M. P. et al. 2021. COVID-19 infection in patients with mast cell disorders including mastocytosis does not impact mast cell activation symptoms. J Allergy Clin Immunol Pract. 9(5):2083–6. (15) Kullar, R. et al. 2021. Potential Roles for Probiotics in the Treatment of COVID-19 Patients and Prevention of Complications Associated with Increased Antibiotic Use. Antibiotics (Basel). 10(4):408. (16) Din, A. U. et al. 2021. SARS-CoV-2 microbiome dysbiosis linked disorders and possible probiotics role. Biomed Pharmacother.133:110947. (17) Yeoh, Y. K. et al. 2021. Gut microbiota composition reflects disease severity and dysfunctional immune responses in patients with COVID-19. Gut. 70(4):698–706