Schildklier

De schildklier, die vooraan in de hals, onder het strottenhoofd ligt, produceert de twee essentiële schildklierhormonen T3 (triiodothyronine) en T4 (tetraiodothyronine of thyroxine); het is dus een centraal controleorgaan van het lichaam.

Via deze hormonen beïnvloedt het onder meer de stofwisseling, de hartfunctie, de spijsvertering, de zenuw- en spierfunctie, de seksualiteit en de vruchtbaarheid. Bovendien is een gezonde schildklier belangrijk voor ons psychologisch welzijn. Bij kinderen zijn schildklierhormonen ook verantwoordelijk voor de controle van de groei.

De productie en afgifte van schildklierhormonen worden geregeld door een complex regelcircuit (hypofyse-schildklier-regelcircuit, thyrotropisch regelcircuit) met behulp van boodschapperstoffen. Gestimuleerd door de hypothalamus in de hersenen, geeft de hypofyse TSH (thyrocyt-stimulerend hormoon) af, dat de schildklier stimuleert om T4 en T3 te produceren.

Als de hormoonconcentratie in het bloed stijgt, wordt de productie van TSH weer verlaagd. Op die manier wordt een te hoge hormoonconcentratie in het bloed voorkomen. Zodra de hormoonspiegel in het bloed weer is gedaald, begint de controlecyclus opnieuw en geeft de hypofyse meer TSH af.

Waarom is jodium zo belangrijk voor de schildklier?

Jodium is een essentieel sporenelement dat slechts in zeer kleine hoeveelheden in het lichaam voorkomt en via de dagelijkse voeding moet worden opgenomen. Beide schildklierhormonen hebben een jodiumgehalte: thyroxine heeft vier jodiumatomen (vandaar: T4), triiodothyronine heeft drie jodiumatomen (vandaar: T3). Door één jodiumatoom af te splitsen, kan het minder effectieve maar langer levende T4 worden omgezet in het korter levende maar effectievere hormoon T3.

Hierdoor is jodium een centraal bestanddeel van schildklierhormonen. Daarom is het des te belangrijker om ervoor te zorgen dat er altijd voldoende jodium wordt ingenomen. Als de schildklier niet genoeg jodium heeft, kan hij niet genoeg hormonen produceren. Als deze toestand aanhoudt, probeert de schildklier het tekort te compenseren door te groeien.

Deze vorm van schildkliervergroting wordt struma of krop genoemd. Het schildklierweefsel kan gelijkmatig vergroot zijn (diffuus struma) of – wat vaker voorkomt – afzonderlijke gebieden kunnen groter worden (nodulair struma) en dan zichtbaar worden als nodulaire veranderingen.

In beide gevallen wordt de vergroting van de schildklier na verloop van tijd uitwendig zichtbaar en kan zij ongemak veroorzaken, bijvoorbeeld een gevoel van benauwdheid in de keel, slikproblemen, heesheid en/of fluitende ademhalingsgeluiden.

Jodium: dagelijkse behoefte

Op het vasteland, vooral in de bergen, werd het gemakkelijk in water oplosbare jodium door de regen uit de bodem gespoeld. Tegenwoordig wordt jodium alleen nog in aanzienlijke hoeveelheden aangetroffen in zeewater en warmwaterbronnen. Alle dierlijke en plantaardige landbouwproducten – zelfs biologische – bevatten weinig jodium.

Om voldoende jodium binnen te krijgen, hebben adolescenten en volwassenen ongeveer 150 microgram jodium per dag nodig. Aan deze behoefte kan worden voldaan door regelmatig 5 gram jodiumhoudend zout per dag te consumeren en door twee keer per week natuurlijke voedingsmiddelen met een hoog jodiumgehalte en zeevis te eten.

Volgens de Wereldgezondheid Organisatie (WHO) is er bij ongeveer 1 op de 3 burgers een onvoldoende jodiumstatus. In Nederland gaat het om ongeveer 6 miljoen mensen.

Een adequate jodiuminname is belangrijk om ziekten van de schildklier te voorkomen of het verloop ervan gunstig te beïnvloeden. De juiste jodiumdosis moet echter altijd van geval tot geval worden bepaald; ook de leeftijd en de vraag of er sprake is van zwangerschap of borstvoeding spelen een rol. De door de Gezondheidsraad aanbevolen hoeveelheid is voor zwangere vrouwen 175 microgram per dag en voor vrouwen die borstvoeding geven zelfs 200 microgram, ten opzichte van het algemene advies van 150 microgram per dag.

Welke voedingsmiddelen zijn goede bronnen van jodium?

Jodium zit in (per 100g):

  • Koolvis 260 microgram
  • Schelvis 100-300 microgram
  • Haring, tonijn 100-250 microgram
  • Kabeljauw, schol 50-200 microgram
  • Garnalen, mosselen 130 microgram
  • Koolvis 75 microgram
  • Melk (producten) 10 microgram
  • Kippenei 10 microgram
  • Kiwi 80 microgram
  • Veldsla 6o microgram
  • Spinazie 20 microgram
  • Boerenkool 12 microgram

Een goede manier om voldoende jodium binnen te krijgen is het gebruik van jodiumhoudend zout in plaats van gewoon tafelzout. Momenteel bevat een gram jodiumhoudend zout gemiddeld tussen 15 en 25 microgram jodium. Zo komt 5 gram jodiumhoudend zout per dag overeen met ongeveer 75 tot 125 microgram jodium – en dus genoeg om ongeveer de helft van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid te dekken. Alleen gejodeerd zout dat rechtstreeks wordt gegeten, bijvoorbeeld op eieren, wordt geabsorbeerd – gejodeerd zout toegevoegd aan kookwater wordt niet geabsorbeerd door het lichaam.

In 1942 besloot de overheid om het jodiumtekort in de Nederlandse bevolking terug te dringen door de bakkerijsector jodiumhoudend zout aan brood te laten toevoegen.

Eind jaren tachtig heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) dan ook bepaald dat in landen met een jodiumtekort tafelzout moet worden verrijkt tot een jodiumconcentratie van 20 microgram per gram zout.

Men kan echter ook heel kritisch staan tegenover de collectieve jodiumregeling. Prof. Hengstmann, voormalig hoofd van de schildklierpolikliniek van het stedelijk ziekenhuis van Berlijn, heeft het dilemma van de collectieve jodiumprofylaxe samengevat:

“Voor 90 procent van de bevolking is verplichte jodisatie geen probleem, maar de overige 10 procent heeft er last van.”

Jodiumtekort

Naar schatting zou meer dan 90 procent van de struma-aandoeningen kunnen worden voorkomen door een toereikende jodiumvoorziening. Op lange termijn bestaat ook het risico van een onderactieve schildklier (hypothyreoïdie) als de jodiumvoorziening onvoldoende blijft. Door het gebrek aan jodium produceert de schildklier dan uiteindelijk steeds minder T4 en T3, zodat symptomen van hypothyreoïdie optreden:

  • stofwisselingsstoornissen;
  • hartritmestoornissen;
  • gewichtstoename;
  • concentratiestoornissen;
  • moeite met zweten;
  • gevoeligheid voor infecties;
  • geestelijke onevenwichtigheid
  • ontwikkelingsstoornissen bij kinderen.

Het risico op een combinatie van jodiumtekort en hypothyreoïdie neemt toe naarmate men ouder wordt. Niet alle vormen van hypothyreoïdie gaan echter gepaard met strumavorming; vaker is hypothyreoïdie het gevolg van auto-immuunremodelleringsprocessen in het kader van Hashimoto’s thyreoïditis, die dan de neiging vertonen tot verschrompeling van de schildklier.

Een andere aanpassingsreactie van het lichaam op een jodiumtekort kan de vorming van schildklierknobbels zijn: warme knobbels die leiden tot een ongecontroleerde schildklierproductie, maar ook koude knobbels die het risico op schildklierkanker verhogen.

Teveel jodium

Hoe belangrijk een voldoende jodiumvoorziening van het lichaam ook is voor de goede werking van de schildklier, het kan ook problematisch zijn als de dagelijkse jodiuminname aanzienlijk hoger is dan het lichaam nodig heeft. Dan kan het gebeuren dat de schildklier nu meer hormonen gaat produceren, waardoor hyperthyreoïdie (jodiumgeïnduceerde hyperthyreoïdie) ontstaat, die behandeld moet worden.

Bovendien kunnen auto-immuunziekten zoals de ziekte van Graves en de thyreoïditis van Hashimoto verergeren als over een langere periode voortdurend te veel jodium wordt ingenomen.

Als algemene regel geldt dat mensen die lijden aan een auto-immuunziekte van de schildklier zich moeten onthouden van een verhoogde dagelijkse inname van jodium. Dit houdt ook in dat u geen jodiumhoudende voedingssupplementen op basis van gedroogde algen of zeewier zelf inneemt, dat u jodiumhoudende wondontsmettingsmiddelen vermijdt en dat u jodiumhoudende röntgencontrastmiddelen zoveel mogelijk vermijdt.

Men moet ook voorzichtig zijn met het drinken van mineraalwater dat rijk is aan jodium. Mijdt ook zuivelproducten. Een liter melk kan tussen 400 en 1.200 microgram jodium bevatten, d.w.z. twee tot zes maal de aanbevolen hoeveelheid. Ingestie van jodiden geeft over het algemeen weinig problemen. Het Nationaal Vergiftigingen Centrum meldt: Na een acute intoxicatie met een zeer grote hoeveelheid jodide zou mogelijk jodisme kunnen optreden, met symptomen als waterige rhinitis, tranenvloed, oedeem van de oogleden, conjunctivitis, koorts en maagdarmstoornissen. Jodisme wordt echter met name bij chronische overdosering gezien.

Wanneer moet jodium worden ingenomen

In principe wordt substitutietherapie met jodium altijd aanbevolen wanneer een bewezen jodiumtekort moet worden gecorrigeerd en/of de groei van een struma die is ontstaan als gevolg van een jodiumtekort moet worden gestopt.

Bij een jodiumtekort en hypothyreoïdie wordt jodium vaak voorgeschreven in combinatie met L-thyroxine. De extra inname van jodium kan ook aangewezen zijn bij thyreoïditis van Hashimoto, vooral als de jodiumuitscheiding in de urine < 100 microgram/l is.

Andere redenen om jodiumsupplementen te nemen zijn zwangerschap en borstvoeding, als het niet mogelijk is de verhoogde behoefte aan jodium via de voeding te dekken.

Hoeveel jodium moet men innemen tijdens de zwangerschap?

Tijdens de zwangerschap en de borstvoeding moet u ervoor zorgen dat u voldoende jodium binnenkrijgt. Een voldoende hoge jodiuminname is belangrijk voor de optimale ontwikkeling van ongeboren baby’s en zuigelingen – zoals uit talrijke studies is gebleken. Volgens de WHO bedraagt de dagelijkse behoefte voor zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven 250 μg/dag. Dit kan worden bereikt door regelmatige consumptie van jodiumrijke voedingsmiddelen, zoals zeevis, aardappelen en zuivelproducten. Maar de meeste mensen zijn niet zo consequent in hun eetgewoonten. Artsen raden daarom aan om tijdens de zwangerschap 100-150 microgram jodium per dag extra in te nemen.

Krijgt u voldoende jodium binnen?

De WHO beschouwt een jodiuminname als voldoende als deze leidt tot een jodiumconcentratie in de urine van 100 tot 200 microgram per liter. Meetwaarden boven 300 microgram per liter worden beschouwd als schadelijke blootstelling aan jodium, waarden onder 50 microgram per liter worden beschouwd als jodiumtekort. Een jodiumconcentratie in de urine van minder dan 25 microgram per liter wordt volgens de definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie beschouwd als een ernstig jodiumtekort. Substitutietherapie met jodium wordt aanbevolen wanneer een bewezen jodiumtekort moet worden gecorrigeerd en/of bij de ontwikkeling van een struma.

Maak online een afspraak voor een gratis en vrijblijvend consult: https://bit.ly/ContactFinesseMedicalCenter